Aandachtspunten Lijn 2

De keuze voor het voorkeurstracé van Lijn 2 is gebaseerd op een zorgvuldige afweging van vooraf opgestelde criteria. Maar ook het beste tracé levert een aantal punten op die extra aandacht vragen bij de verdere uitwerking. Hieronder staan ze op een rij, met de mogelijke oplossingen erbij.

 

Nieuwe brug Kattendiep

Het voorkeurstracé voert tussen Zuiderdiep en Damsterdiep over het Kattendiep. Niet door de smalle Steentilstraat. In de Steentilstraat zou de combinatie van tram, fietsers, voetgangers en bestemmingsverkeer tot te veel problemen leiden. Het Kattendiep biedt meer ruimte. Voordeel van deze keuze is dat de Steentilstraat in gebruik kan blijven als doorgaande route voor fietsers en voetgangers. Over het Schuitendiep komt een nieuwe brug. Daar gaat de tram in één richting over heen. In de andere richting neemt de tram de Steentilbrug. Dat betekent dat de tram over beide zijden van het Schuitendiep gaat rijden, met de rijrichting van het overige verkeer mee. Het Schuitendiep krijgt aan beide zijden eenrichtingsverkeer.

 

Hoek Damsterdiep - Nieuweweg - Oostersingel

De tram rijdt over de noordzijde van het Damsterdiep. Ter hoogte van de Nieuweweg buigen de rails af naar de Oostersingel. Deze bocht is krap. Punt van onderzoek is of het pand aan het begin van de Oostersingel kan blijven staan.

 

Onderzoek naar haltes Damsterdiep en Kapteynbrug

Een ander punt van studie is het aantal en de exacte plaats van de haltes. Een aantal haltes staat al vast, zoals op de kaart is te zien. Het is de vraag of dat voldoende is. Mogelijke extra halteplaatsen zijn het Damsterdiep en de Kapteynbrug. Behalve naar het aantal in- en uitstappers moet daarbij ook worden gekeken naar de gevolgen voor de exploitatie. Meer haltes betekent een langere reistijd. Dat kan de aanschaf van een extra tram noodzakelijk maken, wat tot hogere kosten leidt.

 

Oosterhamrikkade of Vinkenstraat?

Voor het tracédeel tussen het UMCG en Kardinge zijn de Oosterhamrikkade Noordzijde en de verbinding Vrydemaweg - E. Thomassen à Thuessinklaan - Wielewaalplein  - Vinkenstraat vergeleken. De stuurgroep heeft op stedenbouwkundige gronden een voorkeur voor  die laatste variant, omdat de aanleg van een tramverbinding kan helpen het gehele gebied te verbeteren. De gemeente Groningen streeft hier al langer naar. Knelpunt is het Van Starkenborghkanaal. Om dat over te steken in het verlengde van de Vinkenstraat is een geheel nieuwe brug nodig, en dat is duur.

Een trambaan over de Oosterhamrikkade Noordzijde pakt goedkoper uit. Want hier ligt al een brug, voor de huidige busbaan. Die is geschikt te maken voor de tram. In elk geval voor een flink aantal jaren. Op de lange termijn moet deze brug worden vervangen. Dat is nodig in het kader van het rijksbeleid om alle bruggen over het Van Starkenborghkanaal  te verbreden en te verhogen, zodat moderne containerschepen ongehinderd kunnen doorvaren.

 

De brug over het Van Starkenborghkanaal

Een nieuwe brug in het verlengde van de Vinkenstraat en de Paradijsvogelstraat? Of gebruik maken van de bestaande brug van de busbaan? De stuurgroep RegioTram gaat de komende maanden op zoek naar het extra geld dat nodig is voor de gewenste nieuwe brug. In mei van dit jaar moet daar duidelijkheid over zijn. Dan stelt de stuurgroep ook voor dit deel het voorkeurstracé vast. De gemeenteraad en Provinciale Staten beslissen daarna of ze de voorkeur van de stuurgroep overnemen.

 

Kardinge

Hoe kunnen reizigers van en naar Beijum en Lewenborg snel en comfortabel overstappen bij Kardinge? De oplossing zit voor een deel in het verhogen van het aantal bussen tussen Kardinge en Beijum en Lewenborg: van vijf naar acht keer per uur. Ook de tram tussen Kardinge en UMCG/Hoofdstation gaat acht keer rijden. Door de tijden van vertrek en aankomst goed af te stemmen is de wachttijd bij Kardinge minimaal. En voor opstappers in Beijum en Lewenborg wordt de wachttijd tussen de bussen korter.

Een ander aandachtspunt bij Kardinge is de inrichting van het centrale plein. In het schetsontwerp van september 2009 is uitgegaan van een lus voor de tram. Een mogelijk alternatief  is een 'kopstation' voor de tram. Dat kost tijd: zo'n drie minuten. En dat kan gevolgen hebben voor de exploitatiekosten, als aanschaf van een extra tram noodzakelijk is om de dienstregeling te kunnen uitvoeren.

 

Feiten & cijfers

De verwachting is dat de eerste tram eind 2014 door Groningen rijdt; op Lijn 1 van Hoofdstation naar Zernike.
Meer feiten en cijfers

De tram in...

Hoe de RegioTram er uit komt te zien is nog niet bekend. Hier vindt u beelden uit andere steden.


© Project RegioTram 2010